Opleiding

De eerste vlucht

De eerste vlucht is voor de meeste zweefvliegers vaak een heel bijzondere ervaring!

Vooral de eerste lierstart is een sensationele belevenis. Het vliegtuig accelereert in een paar seconden naar ongeveer 100 kilometer per uur en is dan bijna onmiddellijk los van de grond! Binnen enkele ogenblikken wordt een klimstand van ongeveer 45 graden bereikt. Nadat de kabel op circa 400 meter wordt afgekoppeld, begint de adembenemende, stille zweefvlucht...!

Deze eerste vlucht wordt nog geheel gevlogen door de instructeur, maar bij de volgende vluchten neemt de leerling geleidelijk aan steeds meer taken over. Zweefvliegen is niet bijzonder moeilijk en kun je snel leren!


De zweefvliegopleiding


De zweefvliegopleiding begint met het vliegen in een tweezitter samen met een instructeur. De leerling zit voor, de instructeur achter. Dit eerste gedeelte van de opleiding heet 'dubbelbesturingsonderricht' of kortweg 'DBO'. Naarmate het aantal starts (en de ervaring) van de leerling toeneemt, vliegt deze steeds meer zelf. Dit gaat door totdat de leerling alle beslissingen zelfstandig kan nemen en de vereiste handelingen correct uivoert van start tot en met de landing.

 

Na een goed uitgevoerde checkvlucht met een instructeur kan de leerling 'solo' komen: dit is altijd weer een feestelijke gebeurtenis! De leerling mag dan op verantwoordelijkheid van de instructeur alleen de lucht in. Dit wordt eerst gedaan in de tweezitter waarop de leerling les heeft gehad, om te wennen aan het gevoel om alleen in het vertrouwde vliegtuig te zitten.


Hierna begint de Voorgezette Vliegopleiding. De leerling wordt door de instructeur gebriefed over het vliegen van de eenzitter. Het grootste gedeelte van de voortgezette vliegopleiding bestaat uit het opdoen van ervaring als solist in een eenzitter, onder toezicht van een instructeur. Voor elke vlucht als solist moet er om een briefing van een instructeur worden gevraagd en gaat er regelmatig een 'checkstart' aan vooraf, voordat de solist weer alleen de lucht in mag.


Wanneer je solist bent, is dat het moment om te beginnen met de voorbereidingen voor het theoretisch- en praktisch examen voor het Glider Pilot Licence (GPL). Dit is een bewijs dat de bevoegdheid geeft om volledig zelfstandig te vliegen en wordt afgegeven door de KNVvL. Pas nadat het theoretisch examen is behaald, mag de vlieger zich aanmelden voor het praktijkexamen. Dit wordt afgenomen door tenminste twee examinatoren en omvat tenminste drie vluchten. Gemiddeld doet een zweefvlieger er twee jaar over om het GPL te behalen. Er zijn echter genoeg voorbeelden van fanatieke zweefvliegers, die dit in een kortere tijd voor mekaar kregen.

 

Klik hier voor meer informatie en lesmateriaal van de zweefvliegopleiding.

De theorie...

Tijdens de cursus geven de instructeurs een aantal korte theorielessen. De nadruk ligt hierbij op kennis, die je direct kunt toepassen tijdens het vliegen. Als je na de cursus zou besluiten om door te gaan met zweefvliegen, is er tijd genoeg om dieper op de zaken in te gaan. Als je bij ons begint met zweefvliegen, krijg je twee boeken "Elementaire vliegopleiding" en "De voortgezette opleiding" thuisgestuurd.


Hierin maak je alvast kennis met de gang van zaken op een zweefvliegveld en wordt een aantal basisbegrippen van het vliegen uitgelegd. Ter plaatse ontvang je een logboekje om alle vluchten in bij te houden.

Het GPL

Na je eerste solovlucht kan je gaan denken over het behalen van het GPL. Hiervoor zal je ook eerst een theorie-examen moeten doen, waar in de volgende vakken geëxamineerd wordt:

 

  • meteorologie
  • aerodynamica
  • constructie
  • instrumenten
  • navigatie
  • voorschriften

Gewoonlijk worden er in de winter theorielessen verzorgd en kan je aan het einde van de cursus direcht je theorie-examen doen.